Het district Brașov wordt beschouwd als een van de kostbaarste juwelen van Transsylvanië en herbergt naast spectaculaire landschappen een reeks historische bezienswaardigheden en meer.
In de plaats Prejmer, op slechts 15 km van de historische stad Brașov, vind je een van de bezienswaardigheden op de UNESCO-Werelderfgoedlijst: het complex van de versterkte kerk, een onmiskenbaar getuigenis van de traditie van de Transsylvaanse Saksen.
Ze wordt beschouwd als het oudste historische monument van Brașov en tevens een van de best bewaarde versterkingen van Europa. De kerk van Prejmer is trouwens de enige plek in ons land die drie sterren heeft gekregen in de Michelin-reisgids.
De bouw van de vesting waarin de versterkte kerk van de plaats staat, begon al in 1211 door de Duitse Ridders, als verdedigingsstrategie tegen de Turkse invallen. De vesting heeft de vorm van een cirkel rond de kerk, met muren van 12 meter hoog en 3-4 meter dik. In die tijd was de gemiddelde hoogte van verdedigingswerken ongeveer 10 meter, daarom steken de torens van de kerk maar weinig boven de muur uit. Op regelmatige afstand rijzen bastions op, de poorten zijn van ijzer en de vesting is alleen toegankelijk via ophaalbruggen.
De verdedigingsmuur van de vesting werd bekroond door een gang waar meerdere personen naast elkaar konden lopen, met toegang vanuit de bovenkamers.
Tijdens de gevechten met de Turken werd de vesting 50 keer aangevallen en leed ze slechts één nederlaag, en wel toen de Turken de vesting als vrienden binnenkwamen en zich later ontpopten als veroveraars.
De oudste versterkte kerk van het Burzenland maakt indruk met een reeks architectonische en bouwkundige elementen. Daaronder de 275 kleine kamertjes, één voor elk gezin van het dorp, waar men kon schuilen bij een invasie. Op de deur van elke kamer stond het nummer dat overeenkwam met het huis in de plaats.
Een ander opmerkelijk aspect is dat er binnen de vesting ook twee schoolklassen waren ingericht, zodat zelfs tijdens gevechten en oorlog het leerproces niet werd onderbroken.
Het Orgel des Doods, of de plank met vijf geweren aan de ene kant en vijf aan de andere, die draaide en veranderde in een mitrailleur, was het sleutelelement van de verdediging wanneer de vesting werd aangevallen.
De uitgestrekste en best bewaarde versterkte kerk van Oost-Europa valt op met een van de oudste altaren van Transsylvanië, dat in de 15e eeuw is beschilderd, en met andere unieke bezienswaardigheden.
Tussen 1960 en 1970 vonden restauratiewerkzaamheden plaats en in 1999 werd de vesting opgenomen in het wereldcultuurerfgoed, waarmee haar waarde werd erkend. Tegenwoordig herbergt de vesting een etnografisch museum met keramiek, beschilderde meubelstukken en religieuze voorwerpen. De buitenpoort, gebouwd in 1788, is een ander opmerkelijk element dat tot op de dag van vandaag bewaard is gebleven.
Een van de bekendste legenden van de vesting verwijst naar een van de barbaarse invallen, toen een Tataar volgens het verhaal op het hoofd werd geslagen door de “tand” van een ijzeren poort. De klap was zo hard dat de tand afbrak. Zo verklaarden de mensen van de streek het bestaan van de “tandeloze” ijzeren poort in de vesting.
Fotobron : Unsplash